Omdat de tijd voor ons niet onuitputtelijk is
Uit het boek OVER LEVEN EN DOOD, doodsopvattingen in het boeddhisme, christendom, confucianisme, hindoeisme, humanisme, islam, jodendom, shintoisme, taoisme, tibetaans dodenboek: zes dialogen met de dood, Elders, A.D.M., Brussel 1994 ISBN 90-5487-065-6.
Fons Elders: Wat is je motivatie geweest om
begrafenisondernemer te worden? Heeft
je filosofie studie, met name van de Indiase filosofie, hierop invloed gehad?
David Elders: Precies weten doe ik het niet. Maar het is zeker niet iets dat ik al van
kinds af aan wilde doen. Mijn interesse hiervoor is rond mijn 18e jaar begonnen toen ik mij
verwonderde over het feit dat wij alleen op een begraafplaats begraven of in een crematorium
verbrand mogen worden. Het is in Nederland namelijk niet toegestaan om op een brandstapel
gecremeerd te worden zoals in bijvoorbeeld Indonesië en India gebeurt of om door vogels
opgegeten te worden zoals boeddhisten in Tibet doen. Sindsdien ben ik altijd geboeid geweest
door de gebruiken en rituelen die in verschillende landen en door verschillende religies
gebruikt worden rond een uitvaart.
Tijdens mijn studie filosofie ben ik in de gelegenheid geweest om te reizen naar onder andere
Afrika en India en heb ik ook met eigen ogen kunnen zien hoe men daar met de uitvaart
omgaat. Bij de Dogon, een stam in Mali die aan de rand van de Sahel leeft, neemt de bijzetting
in de rotswand drie volle dagen in beslag. Gedurende deze periode neemt het gehele dorp
deel aan de verschillende activiteiten die plaatsvinden. In New Delhi in India heb ik gezien hoe
een overledene, gewikkeld in een rode of witte doek al naar gelang het een vrouw of man is,
openlijk door de stad naar de verbrandingsplaats gedragen wordt. Iedereen die dat wil kan
zich bij de volgstoet aansluiten om van de verbranding getuige te zijn.
Toen ik in de loop van mijn leven daarnaast ook geconfronteerd werd met overlijdensgevallen
in mijn persoonlijke omgeving merkte ik hoe belangrijk de uitvaart voor de nabestaanden is en
ook dat er in Nederland eigenlijk een gemis bestaat aan omgangsvormen met de dood. De
gebruiken en rituelen rond een uitvaart zijn hier ten eerste heel minimaal en, zover ze er nog
zijn, hebben ze voor een groot gedeelte geen betekenis meer.
Fons Elders: Heeft dit te maken met het verdringen van de fysieke aanwezigheid van
de dood en de dode?
David Elders: Voor een groot deel is dit natuurlijk aan de ontkerkelijking te wijten. Voor
veel religies of levensbeschouwingen is het immers van groot belang, of zeg maar van
‘levens’belang, op welke manier er met het sterven en de uitvaart wordt omgegaan. Als de
begrafenis of crematie niet goed wordt uitgevoerd, kan dit zijn weerslag hebben op de verdere
‘reis’van de dode. Voor een hindoe is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat zijn of haar lichaam
verbrand wordt omdat het atman, het onsterfelijke aspect aan de mens, het lichaam anders
niet kan loslaten en daardoor niet in een andere vorm wedergeboren kan worden
(reïncarnatie).
Aangezien veel mensen in Nederland de kerk de rug hebben toegekeerd zijn de katholieke en
christelijke rituelen en gebruiken voor deze groep mensen vrijwel betekenisloos geworden.
Hier is echter weinig of niets voor in de plaats gekomen. Sterker nog, het lijkt wel alsof alles
wat met de dood te maken heeft uit het zicht is verdwenen. Bejaardentehuizen,
verzorgingstehuizen, ziekenhuizen liggen in het algemeen aan de rand van de stad, ver van
de jongere, gezondere mensen. Maar het zijn toch de plekken waar de mensen tegenwoordig
veelal sterven. Ook de uitvaartcentra en crematoria en begraafplaatsen zijn meestal niet
centraal in de steden gesitueerd. Ook de uiterlijke tekens waaraan je vroeger kon zien of
iemand in de rouw was, zoals zwarte kleding en geblindeerde ramen zijn niet meer gangbaar.
Dit alles vindt zijn weerslag in de manier waarop er met de uitvaart wordt omgegaan, of beter
gezegd, niet mee wordt omgegaan. Het grootste gedeelte van de uitvaarten in Nederland vindt
plaats volgens een vast stramien zonder dat er een persoonlijke invulling aan wordt gegeven.
Op zich is deze situatie heel opmerkelijk.
Fons Elders: Daar ben ik niet zo zeker van. Zo goed als alles wordt hier van boven af
en van buiten af geregeld. Dit land zit vol met ‘mensen zonder eigenschappen’om Robert Musil
te citeren.
David Elders: Toch neemt de dood, hoe je het ook wendt of keert, een bijzondere
plaats in in ons leven. Want alles sterft, alles houdt een keer op te bestaan, wij zelf, onze
ouders of kinderen, zelfs de aarde en de zon.
Voor veel mensen, zo is mijn ervaring, is de dood dan ook tegelijkertijd beangstigend en
intrigerend. En terecht. Zij is beangstigend omdat wij het leven dat wij kennen moeten verlaten
en niet weten of wij er iets voor in de plaats terug krijgen. Misschien houdt het wel helemaal op
en is er alleen een groot gapend gat. Aan de andere kant is de dood ook intrigerend omdat zij
ten eerste onvermijdelijk en ten tweede onbegrijpelijk is. Want wij weten eigenlijk niets
fundamenteels over het hoe en waarom van de dood en wij zijn ergens ook wel benieuwd naar
wat er eventueel dan nog bestaat. Alleeen al hierdoor zou het eigenlijk meer voor de hand
liggen dat de dood duidelijker aanwezig zou zijn, een prominentere plaats in het leven zou
nemen.
Daarnaast is er nog een belangrijke reden. De dood maakt het volgens mij nodig dat je zelf je
leven in moet vullen en zin moet geven, al dan niet met hulp van een religie. Het feit dat het
leven een keer eindigt zorgt er namelijk voor dat wij niet in staat zijn om alles wat een mens
kan doen uit te proberen. Omdat de tijd voor ons niet onuitputtelijk is, zijn wij gedwongen om
tijdens ons leven keuzes te maken over wat wij wel en niet willen, over wat wij wel en niet
doen. Vaak doen wij dit ook. Wij kiezen een bepaald beroep, een levenspartner en vrienden en
overige bezigheden, kortom wij geven ons leven zin omdat wij het zo inrichten dat wij ons er in
kunnen ontplooien op een manier zoals wij dat willen. Ik vind het dan ook merkwaardig dat wij
dit tijdens gebeurtenissen als een huwelijk, promotie of verjaardag wel doen en bij onze
uitvaart niet.
Fons Elders: Ik denk dat uitvaart-ceremonies weer belangrijk zullen worden, als we de
dood weer bewust onder ogen kunnen zien.
David Elders: Dat lijkt mij wel. Het is me niet even wat, want het is wel de afsluiting van
je leven. Eigenlijk is het de laatste manifestatie van jou in dit leven. Daarom is het ook
belangrijk dat de uitvaartplechtigheid in de stijl van je leven verloopt – dat jouw visie op leven-
en-dood daarin zichtbaar wordt. Of dit nou door een religieuze traditie of door jouw
persoonlijke invulling gebeurt, is dan secundair.
Binnen veel levensbeschouwingen of religies neemt de uitvaart met zijn specifieke gebruiken
en rituelen een heel belangrijke plaats in omdat het de overgang naar een ander bestaan
markeert. Daarnaast wordt de overledene geholpen in zijn reis naar een nieuw bestaan als de
rituelen goed uitgevoerd worden. Een katholiek heeft er belang bij dat het laatste sacrament
wordt toegediend; een islamiet moet genoeg ruimte in het graf hebben om op te kunnen staan,
en de as van een hindoe moet over stromend water worden uitgestrooid. Aan al deze
gebruiken ligt het idee ten grondslag dat de uitvaartceremonie belangrijk is voor de dode.
Maar ook voor de familie is de uitvaartceremonie van heel groot belang. Uiteindelijk is de
uitvaart een laatste gebaar dat jegens de overledene gemaakt kan worden, en levert het de
laatste herinnering op die je zult hebben aan de overledene. Het is dan ook heel belangrijk dat
het afscheid kan plaatsvinden op een manier die voor de dode en de achterblijvers zinvol en
esthetisch is. De gevoeligheid van de familieleden, vrienden en vriendinnen op zo een moment
is vaak zo intens dat elk detail van het gebeuren een bijzondere betekenis krijgt. De gebruiken
en rituelen van religies vormden in deze zin ook een aanknopingspunt voor de familieleden om
met het verlies om te gaan omdat zij hen in de gelegenheid stellen om nog iets wezenlijks voor
de overledene te doen. Tegenwoordig is men eigenlijk gedwongen om zelf vorm te geven aan
een uitvaartceremonie.
Fons Elders: Je hebt in 1992 de Stichting Elders Special Funerals opgericht en in het
verlengde ervan je eigen uitvaartonderneming, met als doel de wensen van de overledenen en
nabestaanden optimale kansen te geven. Er lijkt inderdaad een tendens te bestaan om
bewuster om te gaan met alle aspecten van een uitvaart.
David Elders: Ja, het komt steeds vaker voor dat mensen ideeën hebben over de
vorm van hun eigen uitvaart zonder dat daar religieuze motieven aan ten grondslag liggen. Zij
willen op een eigen, persoonlijke manier afscheid nemen en willen dat hun persoonlijkheid
zichtbaar is in de begrafenis-of crematieceremonie. Voor hen is het een spiegel van het leven.
Trouwens, de Wet op de Lijkbezorging die recentelijk is veranderd, voorziet in deze nieuwe
behoefte. Er wordt nu expliciet in vermeld dat de lijkbezorging overeenkomstig de wens van de
overledene moet plaatsvinden. Ook voor de moslims is de vrijheid om de begrafenis naar
persoonlijke voorkeur in te richten groter geworden. De Wet biedt nu namelijk de mogelijkheid
om zonder kist begraven te worden.
Fons Elders: Zijn er trends zichtbaar?Kun je hiervan een voorbeeld geven?
David Elders: De wens van achterblijvers om zelf iets te doen in de uitvaart en om zelf
vorm te geven aan de uitvaart van een dierbare uit zich op heel verschillende manieren en in
heel verschillende aspecten. In sommige gevallen wil de familie iets wat bijna niemand kan
zien, zoals toen de familieleden de binnenbekleding van de kist, standaard in wit satijn,
vervangen wilden door een warmere, mooiere stof die zij zelf hadden uitgezocht, terwijl de kist
tijdens de plechtigheid niet geopend zou worden. Het andere uiterste maakte ik mee toen er in
plaats van een baarkleed een familiekleed met de initialen van de overledene over de kist
werd gelegd toen deze op de begraafplaats naar het graf werd gedragen. Hierbij werd het
familiekleed ook meebegraven.
Maar ook op andere terreinen zie je het terug. Je ziet het in de keuze van muziek tijdens de
plechtigheid, waarbij men ook steeds vaker live muziek wenst. Je ziet het ook in de keuze van
de locatie voor het afscheid. Een thuisopbaring, al dan niet voor meerdere dagen, of een
locatie die veel voor de overledene betekende komt steeds vaker voor. Ook over de inrichting
van de ruimte waar het afscheid wordt gehouden, wordt tegenwoordig nagedacht. Laatst werd
de aula van de begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam versierd met heel veel bloemen en met
schilderijen die de overledene zelf had gemaakt en werd er tevens een schilderij over de kist
gelegd. De stoet op het kerkhof werd voorafgegaan door een trommelaar van de Dogtroep. Bij
de begrafenis van een vriend, Richard Hefti, hebben Jeannette Steen en een leerlinge aan het
hoofdeinde van het graf drie honderd intense seconden de Japanse taiko bespeeld. Ook dat
was zeer indrukwekkend. Een andere keer was het de wens van de overledene om zijn
‘gasten’ na overlijden te ontvangen in een sfeervolle ruimte, het mocht absoluut géén
rouwcentrum of kerk zijn, met een goed glas wijn en een lekker hapje omdat hij dat thuis ook
altijd gewoon was te doen. Maar ook het zelf dragen naar het graf, het verzorgen van de dode,
de vorm van vervoer, bijvoorbeeld met een rouwkoets of boot in plaats van met een auto, of
de vorm van het drukwerk, bijvoorbeeld met een kindertekening voor een overleden kindje, zijn
onderdelen waar meer en meer mensen actief aan willen deelnemen.
De participatie van de nabestaanden maakt dat de uitvaart niet alleen esthetisch meer naar
wens van de nabestaanden wordt verzorgd, maar het is met name zo dat de plechtigheid
vanwege de persoonlijke invulling en vormgeving beter bij de overledene past en daarmee een
betere herinnering zal achterlaten. Je ziet deze tendens niet alleen bij nabestaanden maar ook
binnen de kunst. Er zijn in Nederland de laatste tijd meer kunstenaars die zich bezighouden
met thema’s als dood, verlies, afscheid en rouw. Voorbeelden hiervan zijn grafmonumenten en
urnen, de vorm van de rouwbrief of kisten die beschilderd worden. Dit zijn allemaal aspecten
van een uitvaart waar men de laatste tijd binnen de kunst nieuwe vormen voor probeert te
vinden. In feite is het sterven en de dood een onderwerp dat steeds meer besproken wordt,
dat steeds meer een onderdeel van het leven gaat vormen en waarin men zich steeds
persoonlijker wil uiten.
Fons Elders: Hoe is het voor jou om steeds opnieuw oog in oog te staan met doden en
verdrietige nabestaanden?
David Elders: Voor de naast betrokkenen is het doodgaan van een dierbare een heel
emotionele, pijnlijke en confronterende maar ook intense gebeurtenis. Er is allereerst sprake
van groot verdriet maar ook vaak van een soort verdoofdheid. Het doodgaan veroorzaakt altijd
een schok en komt altijd onverwacht, ook al heb je het zien aankomen. De emoties die hierbij
komen, het gemis en de rouw moeten noch door jezelf noch door anderen ontkend worden. Je
moet je kunnen uiten.
Het is ook een intensieve periode. Niet alleen door de aard van de gebeurtenis maar ook
omdat er ineens van alles georganiseerd moet worden voor de uitvaart. Mede omdat de
uitvaart een laatste gebaar en hommage naar de overledene is speelt zij in het begin een
grote rol in het omgaan met het verlies. Daarom is het wezenlijk voor de degenen die afscheid
moeten nemen, dit te doen op een manier die voor de dode en hen zo zinvol mogelijk is.
In zekere zin is elke uitvaart een laatste kans om uitdrukking te geven aan een heel leven – er
vindt soms een concentratie plaats van jaren in enkele uren. Maar het overlijden van een
dierbare werpt je ook terug op jezelf, het confronteert je met jezelf. Jij moet immers verder
leven zonder die mens, je moet je leven als het ware opnieuw gaan inrichten. Door de
intensiteit en de onomkeerbaarheid van het verlies weet je vaak, wonderlijk genoeg, ineens
heel goed hoe belangrijk de overledene voor je was maar ook wat op dat moment echt
belangrijk vindt. Zaken of waarden die je gewoonlijk hoog waardeert kunnen ineens ontzettend
gerelativeerd worden en de waarden en normen van mensen kunnen ingrijpend veranderen.
Dit gebeurt vaak als mensen onverwacht of op jonge leeftijd overlijden. Het ligt in de lijn van de
natuur dat onze grootouders of ouders op een gegeven moment zullen ontvallen, maar bij de
dood van leeftijdgenoten of kinderen ligt dit anders. Daar is de dood zo onverwacht dat zij als
‘tegennatuurlijk’ wordt ervaren. Bij de dood van een jong kind is dit gevoel van het
‘tegennatuurlijke’ het sterkst. Vaak is voor de ouders de zin van het leven verdwenen. Hun rest
de moeilijke taak op eigen kracht nieuwe waarden te realiseren. Ik zelf vind de begrafenis van
een kind een zware opgaaf, iedere keer opnieuw. Bij volwassenen is dit anders, vooral als de
begrafenis in stijl gebeurt. Dat geeft kracht en inspiratie aan de levenden, inclusief mijzelf.
Fons Elders: Toch blijft het me intrigeren, David, dat je een uitvaartonderneming onder
eigen naam prefereert boven een academische loopbaan als filosoof.
David Elders: Het maatschappelijk aanzien van een beroep als begrafenisondernemer
is gering, om het mild uit te drukken. Het sterven of de dood is in het dagelijkse leven nog
steeds een taboe. Het gebeurt niet vaak dat je een gezellig gesprek kunt voeren met iemand
over zaken als je eigen dood en de eindigheid in het algemeen. In feite is dit iets heel
verwonderlijks. Als je bewust omgaat met het leven en daar zin aan geeft vanuit het besef dat
de dood ons daar als het ware toe dwingt, dan is een uitvaartonderneming geen onlogische
stap. Zo’n beroep krijgt dan eenzelfde zin als je zelf aan het leven geeft in relatie tot het
doodgaan. Om die reden heb ik eerder in dit gesprek gezegd dat een begrafenis of crematie
een spiegel van het leven kan zijn.
Mijn ervaringen met begrafenissen en crematies, bijvoorbeeld een Islamitisch kindje; een
Surinaams-hindoestaans kindje; een Surinaamse volwassene; een Hindoestaanse
volwassene; een Wendela die rustig naast de rijdende lijkauto fietst, en bij een rood stoplicht
even uitrust door te leunen op de lijkwagen van haar vriend Richard; een speech van pater
Van Kilsdonk in de crypte van het Bethaniënklooster in de Barndesteeg; een voorbespreking
met een aids-patiënt in het AMC, die me vertelt dat hij een stijlvolle begrafenis wil; een lange,
glanzende doodskist, ’s avonds in een smalle steeg in het Red Light District van Amsterdam,
temidden van de hoeren; een hoofdredacteur die mij omhelst na de begrafenis van zijn vrouw,
…al die ervaringen zijn zo bijzonder, theatraal en existentieel tegelijk, dat er voor verveling of
ijzige ritualisering geen plaats is. Ik probeer dichtbij mensen te zijn, en tegelijk iets uit te stralen
van de vanzelfsprekendheid van de dood, en alles dat erbij hoort. Zoals de Dogon zingen
tijdens een nachtelijke dans ter ere van de dode: het leven is goed maar de dood hoort erbij,
zo is het ook voor mij.
Als de eindigheid ofwel de dood het superieure moment is om tot zingeving van het leven te
komen, dan is de uitvaart het laatste moment waarin iemand aan die zingeving vorm kan
geven. Ik werk daar graag aan mee. Mijn vak is oneindig veel interessanter dan de meeste
mensen, inclusief de filosofen, zich realiseren.
Fons Elders: Bedankt voor dit antwoord. Nagarjuna en Spinoza kunnen tevreden zijn.